
Hierboven
ziet u een eenvoudige schematische doorsnede van het oog.
Bouw
en werking van het oog
Hoe
beweegt het oog?
Bewegingen
van het oog zijn mogelijk door de oogspieren die vanaf de achterzijde van de oogkas
naar de oogbol lopen. Er zijn vier rechte spieren die voor de horizontale en verticale
bewegingen zorgen. Twee schuine spieren zorgen ervoor dat het oog kan roteren.
De oogspieren zijn gehecht aan de harde oogrok (sclera).
Hoe
wordt het oog beschermd?
De
harde oogrok geeft het oog stevigheid en beschermt de binnenste delen, zoals het
glasvocht dat de centrale holte van het oog vult. Aan de binnenkant van de oogrok
ligt het vaatvlies (choroidea), dat aan de voorkant van het oog overgaat
in het regenboogvlies, dat de meeste mensen beter kennen als de iris. De
ondoorzichte oogrok gaat aan de voorkant over in het doorzichtige hoornvlies (cornea).
Dit laat het licht toe in de ogen en buigt de lichtstralen af in de richting van
het netvlies (retina). Door met de oogleden te knipperen wordt traanvocht
over het hoornvlies verspreid.
Hoe
krijgt het oog zuurstof?
Het
meest vaatrijke deel van het oog is, zoals de naam al doet vermoeden, het vaatvlies.
Dit voorziet het netvlies van het oog van zuurstof en andere belangrijke voedingsstoffen
die het oog gezond moeten houden.
De
werking
Als
een camera...
Om
de werking van het oog uit te leggen, wordt het vaak vergeleken met een analoge
fotocamera. Een analoge camera heeft een lens en een fotorolletje nodig om een
foto te maken. Op dezelfde wijze heeft het oog een lens nodig (deze wordt gevormd
door het hoornvlies en de ooglens) en een fotorolletje (het netvlies). De lichtgevoelige
cellen in het netvlies (ook wel staafjes en kegeltjes genoemd) staan via de oog-
of optische zenuw (nervus opticus) die beelden opvangt en doorstuurt naar
de hersenen waar ze worden verwerkt. Het centrale en gevoeligste deel van het
netvlies is de zogeheten gele vlek (macula lutea). Deze vlek, het meest
gebruikte deel van het netvlies, zorgt ervoor dat men scherp kan zien, details
kan waarnemen en kleuren onderscheiden.
Bij
het kijken wordt het licht dat de ogen binnenkomt door het hoornvlies afgebogen
in de richting van het netvlies. Het hoornvlies is is daarmee het eerste brekingspunt
(ook refractiepunt genoemd). Het tweede brekings- of refractiepunt is de ooglens.
In gezonde ogen wordt datgene dat wordt bekeken - bijvoorbeeld een voorwerp -
mooi scherp, maar ondersteboven, afgebeeld op het netvlies.

In
het netvlies worden de lichtstralen omgezet in elektrische impulsen die vervolgens
door de oogzenuw naar de hersenen worden gestuurd. In de hersenen worden deze
impuls vertaald in rechtopstaande beelden.